kan iemand gezien hebben
in een flits, een abstractie,
een draaiend rad,
wat ik zag, lief,
in jouw ogen?
het zal toch niet
dat een dans
een zangstem en een droom
die door me heen woei
door iemand is
achtergelaten
in jouw ogen?
of ben ik alziende
de uitverkoren aanschouwer
van een landschap;
een fietsend meisje
over de duinen, nabij
de zee die je naam brult
of een herinnering
daaraan?
bedoelde je die blik
voor mij?
zat er in die eeuwige seconde
van een herkenning,
een complete roman,
de speer naar mijn ziel?
hoe, hoe kan ik dan terugkijken?
mag ik heel lang staren, lief,
je gedachten even bezoeken,
zachtjes je aanraken
je naam zingen
zonder ooit te knipperen
in het risico
je kwijt te zijn?
Augustus 2002